In verband met het coronavirus zal er voorlopig geen inloopspreekuur op donderdag plaatsvinden.

 

 

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief februari 2021 met o.a. Voogdij, Startersvrijstelling overdrachtsbelasting etc.

 

Voogdij

Veel mensen maken zich zorgen over de vraag wie er na hun overlijden voor hun minderjarige kinderen gaat zorgen. Dat kan geregeld worden door bij testament een voogd te benoemen, of door in het gezagsregister bij de rechtbank een voogd aan te wijzen. Dat laatste lijkt eenvoudig, maar is het niet altijd.


 

Een voogd komt slechts aan bod als er geen ander is die het gezag heeft over het minderjarige kind. De voogd komt dus pas in beeld als beide ouders zijn overleden, of als de overblijvende ouder niet het gezag over het minderjarige kind heeft en dat ook niet krijgt.

 

Vaders die met de moeder van hun kind samenwonen, maar niet met haar getrouwd zijn of geen geregistreerd partnerschap met haar zijn aangegaan, zullen vaak tot erkenning van hun kind overgaan. Het gebeurt regelmatig dat vergeten wordt dat er naast de erkenning nog een tweede stap genomen moet worden: het aanvragen van het gezag over het kind bij de rechtbank.

 

Volgens de wet kan alleen de juridische ouder een voogd aanwijzen.

Als dat bij testament gebeurt, dan kan dat zelfs vóór de geboorte van het kind.

Gebeurt het door middel van een aanwijzing in het gezagsregister, dan kan dat alleen na de geboorte.

 

Een ouder kan één voogd, of maximaal twee gezamenlijke voogden aanwijzen.

In het gezagsregister kan dat met een eenvoudige muisklik worden gedaan. Maar het aanwijzen van twee gezamenlijke voogden (bijvoorbeeld een echtpaar) heeft wel grote gevolgen. Twee gezamenlijke voogden zijn, anders dan een enkele voogd, volgens de wet naar draagkracht onderhoudsplichtig jegens het minderjarige kind waarover zij de voogdij hebben. Het zal meestal niet de bedoeling zijn van degene die de voogden aanwijst, dat de voogden zelf uit eigen zak de opvoeding van het kind dienen te financieren. Daarom is het raadzaam niet twee gezamenlijke voogden aan te wijzen, maar slechts één voogd. In dat geval geldt de onderhoudsverplichting namelijk niet.

Als één voogd wordt aangewezen, kan wel een “reserve” voogd worden benoemd voor het geval de aangewezen voogd zijn taak niet kan of wil uitoefenen, of als opvolger van de aangewezen voogd.

 

Het aanwijzen van een voogd in het gezagsregister lijkt eenvoudig, maar de gevolgen ervan zijn niet altijd gewenst. Neem contact op voor nader advies, wij helpen u graag.

Voor meer informatie over voogdij kunt u contact opnemen met Helma Leonhard of Annemarie Schram.


Belastingrente erfbelasting gaat weer 'aan'

Bij belastingaanslagen erfbelasting werd er door de belastingdienst geen belastingrente geheven voor overlijdens na 1 januari 2017. Dit was vanwege automatiseringsproblemen bij de belastingdienst. Voor overlijdens in de periode 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020 blijft dit zo, maar voor overlijdens vanaf 1 januari 2021 gaat de belastingrente weer “aan”.

 

Voor het indienen van de aangifte erfbelasting geldt een termijn van 8 maanden na het overlijden. Dient u de aangifte te laat in, dan wordt belastingrente berekend. Deze bedraagt 4% over het bedrag van de aanslag, over een periode van 8 maanden na het overlijden tot 6 weken na de datum van de aanslag. Deze periode bedraagt maximaal 19 weken na ontvangst van de aangifte door de belastingdienst. Doet de belastingdienst dus lang over het opleggen van de aangifte, dan geldt een maximum van 19 weken.

 

Heeft u nog niet alle gegevens voor het indienen van de aangifte paraat, dan kunt u binnen de aangiftetermijn van 8 maanden uitstel aanvragen. Vraag dan meteen een voorlopige aanslag erfbelasting aan om zo de belastingrente te beperken.

 

De belastingdienst mag afwijken van de aangifte indien deze onjuist of onvolledig is ingevuld.

Wijkt de belastingdienst van de aangifte af, dan wordt belastingrente geheven, ook als het onjuist of onvolledig invullen van de aangifte niet opzettelijk is gebeurd.

In deze situatie wordt altijd belastingrente gerekend tot 6 weken na de datum van de definitieve aanslag. Er is in deze situatie geen maximum van 19 weken, ongeacht hoe lang de belastingdienst over het opleggen van de aanslag doet.

 

Om de heffing van belastingrente te voorkomen is het zaak om de aangifte erfbelasting juist en volledig in te vullen en op tijd in te dienen. Wij doen uw aangifte graag snel en goed. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Helma Leonhard.


Executeur, wees voorzichtig met opruimen!

De executeur regelt de afhandeling van de nalatenschap. De executeur heeft rechten, maar ook plichten. De verplichting om de administratie van de overledene te bewaren gaat verder dan je in eerste instantie zou denken.

 

Een vader had zijn dochter onterfd. De dochter deed een beroep op haar legitieme portie. Zij verzocht de executeur om aan haar kopieën toe te zenden van alle afschriften van de bankrekeningen, polissen van levensverzekeringen, lijfrentepolissen, aangiften inkomstenbelasting, verkoopbewijs van de auto, stukken met betrekking tot door de overledene ontvangen erfenissen, foto’s van de inboedel etc. etc.

De executeur noemde deze waslijst een 'fishing expedition' en volstond met een opgave van het bedrag waarop zij volgens de executeur recht zou hebben.

 

De rechtbank maakte korte metten met de executeur.

Om te kunnen bepalen hoe groot haar legitieme portie is, heeft de onterfde dochter recht op alle bescheiden waaruit de omvang en waarde van de nalatenschap blijkt. Zij hoeft niet af te gaan op mededelingen van de executeur. Omdat ook in het verleden gedane schenkingen van belang zijn om de grootte van de legitieme portie te kunnen bepalen, moeten de te verstrekken gegevens zo ver mogelijk in de jaren vóór het overlijden van vader teruggaan. Naar het oordeel van de rechtbank moet de te verstrekken informatie ten aanzien van de bankafschriften in ieder geval teruggaan tot 7 jaar vóór het overlijden van vader, in verband met de wettelijke bewaartermijn van de bank.

Ook alle andere gevraagde bescheiden (behalve de foto’s) moesten door de executeur worden aangeleverd.

 

De rechtbank was van oordeel dat er een zorgplicht op de executeur rust om al deze gegevens veilig te stellen. Als de executeur niet meer over de gevraagde gegevens beschikt, dan zal hij ze bij de betreffende instanties moeten opvragen. De les uit deze uitspraak van de rechtbank is dat de executeur er voor dient te zorgen dat hij de administratie van de overledene bewaart en desgevraagd een zo volledig mogelijke inzage geeft aan de erfgenamen en legitimarissen (de onterfde dochter).

 

Voor meer informatie over de taak van de executeur kunt u contact opnemen met Helma Leonhard.


De startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting

Het zal u niet zijn ontgaan dat per 1 januari 2021 het algemene tarief voor de overdrachtsbelasting van 6% naar 8% is gegaan. Sinds die datum is het tarief van 2% beperkt tot woningen die door kopers als hoofdverblijf worden gebruikt. Daarnaast is er een 'startersvrijstelling' gekomen waarbij onder bepaalde voorwaarden geen overdrachtsbelasting hoeft te worden betaald, dus 0%.

 

Om in aanmerking te komen voor de startersvrijstelling hoeft het niet te gaan om het eerste huis. Een “starter”, voor de overdrachtsbelasting,  is namelijk iedereen die niet eerder van de startersvrijstelling gebruik heeft gemaakt en:

* tussen de 18 en 35 jaar is (35e verjaardag telt niet meer mee!)

* een woning koopt teneinde deze anders dan tijdelijk als hoofdverblijf te gebruiken.

 

De leeftijdsgrens en de vrijstelling geldt voor iedere koper afzonderlijk.

Indien een getrouwd echtpaar een woning koopt en de ene echtgenoot is 40 en de andere 34 jaar, dan betaalt de persoon van 35 jaar of ouder over zijn/haar deel 2% overdrachtsbelasting. Voor de persoon onder de 35 jaar is het tarief 0%.

De tenaamstelling is relevant, ook al zijn de kopers gehuwd in gemeenschap van goederen.

Het kan dus lonend zijn om de woning geheel op naam van de persoon onder de 35 te zetten. Onnodig te zeggen dat in dat geval goed bekeken dient te worden of er aanpassingen gedaan dienen te worden in huwelijksvoorwaarden, samenlevingscontracten, testamenten etc. Maar een aantrekkelijke besparing kan gerealiseerd worden.

 

Helaas is het zo dat de startersvrijstelling per 1 april 2021 enkel geldt indien de waarde van de woning EUR 400.000,00 of lager is. Is deze hoger, dan vervalt de hele vrijstelling. Het gaat om de waarde van de woning in het economisch verkeer, de koopsom is niet altijd bepalend.

 

Je kunt ook van de startersvrijstelling gebruik maken als je aan de voorwaarden voldoet en je echtgenoot of partner al eerder van de startersvrijstelling gebruik heeft gemaakt, maar jijzelf nog niet. De startersvrijstelling is persoonsgebonden.

 

Voor meer informatie over het optimaal gebruik van de startersvrijstelling, neem contact op met Peter Kooijman.


 

« Terug naar het overzicht