ELKE DONDERDAG GRATIS INLOOPSPREEKUUR VAN 17.00-18.00 UUR M.U.V. 13 JUNI a.s.

Nieuwsbrief

o.a. Erfbelasting bij overlijden laatste ouder, Huwelijksvoorwaarden en de BV, Overdrachtsbelasting binnen concern

 

Erfbelasting bij overlijden laatste ouder

De afwikkeling van een nalatenschap is een emotioneel traject dat de meesten zo snel mogelijk achter zich willen laten. Toch is het goed om alles met de nodige zorgvuldigheid te doen. Niet alleen richting de (andere) erfgenamen, legatarissen en legitimarissen. Zo komt het vaak voor dat door het niet goed vastleggen van de erfdelen bij het overlijden van de eerste ouder er bij het overlijden van de tweede ouder teveel erfbelasting betaald wordt.

 

Omdat je voor de aangifte erfbelasting bij woningen uit dient te gaan van de WOZ waarde, wordt nog wel eens gedacht dat de WOZ waarde leidend is bij de afwikkeling van de nalatenschap. Dit is niet het geval. In de verhoudingen tussen erfgenamen, legatarissen en legitimarissen geldt gewoon de waarde in het economisch verkeer.

 

In de praktijk blijkt er nog wel eens een (aanzienlijk) verschil te zijn tussen de WOZ waarde en de waarde in het economisch verkeer. Wanneer de WOZ waarde te hoog is, is het van belang om tijdig bezwaar te maken. Voor de OZB maakt een iets te hoge waarde niet zoveel uit. Voor de erfbelasting scheelt het in veel gevallen € 200 op iedere € 1.000 dat de WOZ waarde te hoog is.

 

Wanneer de WOZ waarde lager is dan de waarde in het economisch verkeer, loont het bij overlijden van de eerste ouder extra om de omvang van de erfdelen van de kinderen goed vast te leggen. Hoewel voor de erfbelasting de erfdelen worden gewaardeerd met inachtneming van de WOZ waarde, mogen bij het tweede overlijden de erfdelen afgetrokken worden met inachtneming van de waarde in het economisch verkeer.

 

Afhankelijk van de huwelijksvoorwaarden en het testament, kan dit in een situatie met drie kinderen, een periode tussen het overlijden van de eerste en de tweede ouder, bij een verschil tussen de WOZ waarde en de waarde in het economisch verkeer van € 100.000, tussen de € 3.750 en € 40.000 voordeel opleveren.

 

Voor meer informatie over de aangifte erfbelasting en de afwikkeling van nalatenschappen, kunt u contact opnemen met Peter Kooijman.

 


Overdrachtsbelasting binnen concern

In een aantal gevallen hoeft er geen overdrachtsbelasting betaald te worden bij de overdracht van een onroerende zaak. Zo is er een vrijstelling in geval van overdracht binnen concern verband. Kan er sprake zijn van een concern in een situatie dat een natuurlijk persoon alle geplaatste aandelen in het kapitaal van twee vennootschappen houdt?

 

De Hoge Raad heeft begin van dit jaar bevestigd dat alleen een rechtspersoon aan de top kan staan bij een concern. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat natuurlijke personen geen deel kunnen uitmaken van een concern. De wetgever heeft met interne reorganisaties het oog gehad op overdrachten van onroerende zaken tussen rechtspersonen die uitsluitend door rechtspersonen met elkaar zijn verbonden. Van een schending van een discriminatieverbod door natuurlijke personen uit te sluiten van de reorganisatievrijstelling is geen sprake.

 

Vanwege diverse fiscale regels, is de meest eenvoudige ondernemingsstructuur meestal niet de beste. Indien de DGA in deze casus zich op de juiste wijze had laten adviseren over het (juridisch) optimaliseren van de ondernemingsstructuur dan had hij wel degelijk gebruik kunnen maken van een vrijstelling overdrachtsbelasting.

 

Wilt u meer weten over het fiscaal goed structureren van uw vennootschappen? Neem contact op met Peter Kooijman of Aileen van Driel.

 


Wat is een goede koopprijs bij herstructurering?

In het kader van een herstructurering wordt nog wel eens gemakkelijk gedaan bij het bepalen van de koopprijs. Dat kan pijnlijke gevolgen hebben voor de bestuurder die namens verkoper tekent voor een te lage koopprijs of namens koper voor een te hoge koopprijs.

 

In het kader van een herstructurering verkoopt A alle aandelen in het kapitaal van X BV aan zijn echtgenote B. A blijft bestuurder van X BV. Aansluitend verkoopt A namens X BV alle aandelen in Z BV voor € 10.000 aan Y BV. A is enig aandeelhouder van Y BV.

Vervolgens gaan A en B scheiden en wordt A door B ontslagen als bestuurder van X BV. Als de nieuwe bestuurder van X BV constateert zij dat de waarde van de aandelen Z BV ten tijde van de levering eigenlijk € 500.000 bedroeg. B stelt dat X BV schade heeft geleden als gevolg van het handelen van A als bestuurder van X BV.

 

A voert aan dat hij aanvankelijk enig aandeelhouder van zowel X BV als van Y BV was, zodat het een vestzak-broekzak verhaal is. Ook voert hij aan dat X BV gebaat was bij alles om de belastingdruk te verminderen. Tenslotte geeft A aan dat B van alles op de hoogte was.

 

De rechter benadert de stelling van B, volledig door de bril van X BV en gaat er volledig in mee dat X BV € 490.000 schade heeft geleden als gevolg van de verkoop. A is als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk. Volgens de rechter heeft ook Y BV onrechtmatig gehandeld omdat deze volledig bekend was met de benadeling van X BV.

 

Hoewel de scheiding wellicht een extra wrang smaakje geeft aan deze uitspraak, is het ook zonder echtscheidingsperikelen van belang om een koopprijs goed vast te stellen. Voor meer informatie over herstructureringen, kunt u contact opnemen met Peter Kooijman.

 


Huwelijksvoorwaarden en de BV

Veel ondernemers zijn gehuwd onder huwelijksvoorwaarden. Daarin staat nog wel eens dat bij einde huwelijk er wordt afgerekend alsof alles gemeenschappelijk is. Soms wordt er aan toegevoegd dat de BV buiten de verrekening blijft. Hoe zit het dan als het vermogen van de ondernemer geheel in de BV zit omdat er vrijwel niets is uitgekeerd?

 

Onlangs heeft de rechter uitspraak gedaan in een zaak waarin een man aandelen in een B.V. hield. In hun huwelijksvoorwaarden hadden de man en de vrouw een finaal verrekenbeding opgenomen. Op grond hiervan dienden ze bij scheiding hun vermogens 50/50 te verrekenen (te delen). Van de verrekening werden echter uitgezonderd de aandelen in de B.V. waarvan de man alle aandelen hield.

 

Aangezien de man de directeur-enig aandeelhouder was van de B.V., kon hij zelf bepalen de winsten in de B.V. op te potten in plaats van uit te keren. Hierdoor kon de man bepalen welk vermogen van zijn zijde in de verrekening betrokken zou worden. Hij had ervoor gekozen de winsten op te potten. De rechter vond dat er geen reden was om de huwelijksvoorwaarden terzijde te stellen. Mede omdat er bij de totstandkoming van de huwelijksvoorwaarden uitgebreid was gewezen op deze mogelijke gevolgen, had mevrouw geen enkele aanspraak op het vermogen in de B.V. Indien er minder uitvoerig was gewezen op de gevolgen voor haar, was de uitspraak wellicht anders geweest.

 

Wilt u zorgen dat deze casus u niet overkomt en advies over de vraag of uw huwelijksvoorwaarden stand houden en laten beoordelen of deze (nog steeds) aansluiten bij uw wensen? Neem dan contact op met Douwe Hoeks.

 


 

« Terug naar het overzicht