In verband met het coronavirus zal er voorlopig geen inloopspreekuur op donderdag plaatsvinden.

 

 

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief juli 2016 o.a. Erfgenamen beter beschermd tegen schulden van overledene

 

Pinnen komt je duur te staan

Door het pinnen van de rekening van je (overleden) moeder kun je aansprakelijk worden voor de schulden van moeder. Als je een nalatenschap zuiver aanvaardt, ben je in privé aansprakelijk als er meer schulden dan baten zijn. Zuiver aanvaarden kan uitdrukkelijk door daar een verklaring over af te leggen maar ook door een handeling. Pinnen is zo'n handeling.

 

Op 1 september 2016 treedt de wet waarbij erfgenamen beter worden beschermd tegen schulden van de overledene in werking. Op dat moment kan een erfgenaam ook na een zuivere aanvaarding nog verzoeken om alsnog beneficiair te aanvaarden. Het moet dan wel gaan om schulden die deze ten tijde van de zuivere aanvaarding niet kende en ook niet behoorde te kennen.

 

Deze beide laatste vereisten hollen de bescherming die de nieuwe wet biedt wel weer uit. In een situatie waarin een kind zijn moeder bij het overlijden van een nieuwe echtgenoot van moeder met alles heeft geholpen, is dat vaak ook het kind dat de pinpas van moeder gebruikte voor het overlijden. Wanneer dat kind na het overlijden van moeder toch nog wat opnames doet ten laste van de rekening van moeder, is dat een daad van zuivere aanvaarding.

 

De stiefkinderen zullen indien de nalatenschap ontoereikend is, het zuiver aanvaard hebbende kind aanspreken om hun vorderingen vanwege het overlijden van hun vader te voldoen. Als dat aangesproken kind vervolgens bij de kantonrechter staat, zal de kantonrechter vermoedelijk niet anders kunnen doen dan vast te stellen dat het kind wist of had moeten weten dat moeder schulden had aan haar stiefkinderen.

 

Het pinnen komt dit kind dan ook duur te staan. Wil je weten wat de gevolgen van zuiver aanvaarden nu en per 1 september aanstaande zijn, neem dan contact op met Peter Kooijman.


2% overdrachtsbelasting bij hospice

Sinds de invoering van het verlaagde tarief voor de overdrachtsbelasting wemelt het van de uitspraken over de vraag of 2 of 6 % overdrachtsbelasting verschuldigd is. De belastingdienst meent dat het moet gaan om een woning, maar diverse rechters leggen "naar zijn aard bestemd zijn als woning" ruim uit.

 

In een zaak waar het Hof Amsterdam zich over uit moest laten ging het over een hospice. Binnen het hospice beschikken de bewoners over een zelf in te richten woonunit, elk met een eigen keuken/pantry, een bed en kastruimte en delen zij een badkamer. In het pand bevinden zich voorts een gemeenschappelijke woonkamer, logeerkamers, diverse sanitaire voorzieningen en een keuken. Daarnaast heeft de gemeente aan de onroerende zaak een woonbestemming gegeven.

 

Krachtens een uitspraak van de Hoge Raad is het voor de Wet waardering onroerende zaken relevant dat mensen duurzaam moeten verblijven. Voor die wet is een hospice dan ook geen woning. Voor de overdrachtsbelasting is dat duurzaam verblijf echter niet relevant, zo oordeelt het hof. Een hospice met een inrichting zoals hiervoor beschreven kwalificeert zich dan ook als woning en daarmee voor een overdracht belast met 2%.

 

Voor meer informatie over het van toepassing zijnde tarief voor de overdrachtsbelasting, neem contact op met Peter Kooijman.


Bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF).....niet altijd geboft

Indien er ondernemingsvermogen wordt geërfd, of aandelen in een BV, kan de bedrijfsopvolgingsfaciliteit -kortweg aangeduid als BOF- van toepassing zijn. Die faciliteit is wel erg boffen, want het ondernemingsvermogen/de aandelen in de BV is/zijn geheel vrijgesteld van erfbelasting voor ruim 1.000.000,00 euro en voor 83% vrijgesteld van erfbelasting voor het meerdere. Maar dan moet alles wel kloppen.

 

Indien men gehuwd is onder uitsluiting van elke gemeenschap van goederen, bestaat de mogelijkheid dat in de huwelijksvoorwaarden een finaal verrekenbeding is opgenomen.

Ten gevolge van dat beding wordt er bij het einde van het huwelijk afgerekend alsof er een wettelijke gemeenschap van goederen bestond. Er is geen gemeenschap van goederen, maar er wordt afgerekend alsof. Ieder behoudt de eigendom, maar de ene echtgenoot krijgt een geldvordering op de andere echtgenoot.

 

In een geval waarin niet alles klopte was het volgende aan de hand.

De man bezat aandelen in een BV.  De vrouw overleed. De man bleef eigenaar van deze aandelen in een BV, maar zijn vrouw kreeg bij het einde van het huwelijk (door haar overlijden) een geldvordering op de man uit hoofde van een finaal verrekenbeding. Die vordering behoorde dus tot de nalatenschap van de vrouw.

De man verwierp de nalatenschap van zijn vrouw en daardoor werd de vordering geërfd door hun zoon.

 

De zoon deed een beroep op de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten en met name op een goedkeuringsbesluit van de minister. Hij stelde immers dat de vordering mede betrekking had op de waarde van de aandelen in de BV.

Zowel de rechtbank als het hof oordeelden echter dat hier de BOF en het goedkeuringsbesluit niet van toepassing waren. Dat zou wel het geval zijn geweest als de man niet had verworpen en hij zelf de vordering had geërfd. Nu zijn zoon de vordering had geërfd was dat niet het geval.

 

Voor meer informatie hoe dit wel goed geregeld had kunnen worden, neem contact op met Helma Leonhard.


Schenking en de kantonrechter

Indien een meerderjarige wegens geestelijke of lichamelijke stoornis niet zelf over zijn of haar vermogen kan beschikken, kan aan de kantonrechter worden verzocht om een meerderjarigenbewindvoerder te benoemen. Deze bewindvoerder heeft wanneer hij wil schenken uit het onder bewind gesteld vermogen machtiging van de kantonrechter nodig.

 

Het beleid van de kantonrechters wisselt nogal met betrekking tot het afgeven van een machtiging voor het doen van een schenking. Grote lijn is dat de kantonrechter een machtiging afgeeft als er sprake is van een “schenkingstraditie” en het vermogen van degene die onder bewind gesteld is niet minder wordt dan ongeveer € 30.000,00.

Onder schenkingstraditie wordt verstaan een bestendige reeks schenkingen die reeds door degene wiens vermogen onder bewind is gesteld, is ingezet.

 

Reden voor een schenking kan zijn besparing van erfbelasting, inkomstenbelasting (box 3 heffing) of vermindering van de eigen bijdrage in verband met opname in een verpleeghuis. Regelmatig wordt daarom machtiging aan de kantonrechter gevraagd voor schenkingen aan kinderen of kleinkinderen, ook in geval er geen schenkingstraditie is.

 

In een geval waarin onlangs een uitspraak werd gedaan werd machtiging gevraagd voor een schenking aan de drie kinderen van in totaal € 195.000,00. Moeder hield dan nog ruim € 36.000,00 over. Er was hier geen schenkingstraditie. De kantonrechter verleende dus geen machtiging.

Het hof vond echter dat genoegzaam was aangetoond dat  moeder reeds voor de onderbewindstelling voornemens was de verkoopopbrengst van het huis aan de kinderen te schenken “en dat dit zou bijdragen aan haar levensgeluk”. Ook achtte het hof bewezen dat moeder gezien haar inkomen niet op haar vermogen zou interen en dat dit gezien haar hoge leeftijd (85) ook niet meer te verwachten was.

Het hof verleende de machtiging dus wel.

 

Moraal van het verhaal: het kan vriezen en het kan dooien bij het afgeven van de machtiging. Een goed onderbouwd verzoek aan de kantonrechter kan het verschil maken.

 

Voor meer informatie of hulp bij het doen van een verzoek: Helma Leonhard.


 

« Terug naar het overzicht