In verband met het coronavirus zal er voorlopig geen inloopspreekuur op donderdag plaatsvinden.

 

 

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief februari 2020 met o.a. Erfenis en kind in de bijstand, gemeenschap van bankrekening

 

Aandelen in Naamloze Vennootschap gaan mogelijk vervallen

Op 1 juli 2019 is de wet omzetting aandelen aan toonder in werking getreden. Deze wet moet de identificatie van houders van aandelen aan toonder mogelijk maken. Bij die wet worden fysieke toonderstukken afgeschaft, waardoor anonieme overdracht van toonderstukken niet meer mogelijk wordt.

 

De wet biedt twee mogelijkheden: (1) aandelen aan toonder in bewaring geven bij een intermediair of (2) een verplichte statutenwijziging, waarbij de aandelen aan toonder worden omgezet in aandelen op naam.

 

1 Aandelen in bewaring geven.
Aandelen aan toonder dienen in bewaring te worden gegeven bij een intermediair, vaak zal dit een bank of een beleggingsinstelling zijn. De handel in toonderstukken kan hierdoor slechts giraal plaatsvinden middels een effectenrekening. Aangezien een effectenrekening altijd op naam is gesteld is anonieme overdracht niet meer mogelijk.

 

2 Statutenwijziging.
De omzetting in aandelen op naam moest worden doorgevoerd in de eerstvolgende statutenwijziging en wel uiterlijk op 31 december 2019. De plicht tot statutenwijziging blijft ook gelden na 31 december 2019 voor zover deze niet heeft plaatsgevonden. 

Voor zover beide van de hierboven omschreven mogelijkheden nog niet hebben plaatsgevonden worden de rechten van de aandeelhouders opgeschort en zullen in sommige gevallen zelfs vervallen.

 

De wet kent een aantal termijnen:

  • Uiterlijk op 31 december 2019 moeten N.V.'s die aandelen aan toonder hebben uitgegeven deze toonderstukken door middel van een statutenwijziging omzetten in aandelen op naam. Een en ander geldt niet indien uiterlijk op deze datum aandelen aan toonder in bewaring zijn gegeven bij een intermediair;

  • Zijn de aandelen aan toonder niet in bewaring gegeven dan worden deze per 1 januari 2020 van rechtswege omgezet in aandelen op naam en worden alle rechten van aandeelhouders opgeschort zolang zij hun fysieke toonderstukken na omzetting van aandelen aan toonder in aandelen op naam door een statutenwijziging of van rechtswege niet hebben ingeleverd bij de N.V.;

  • Indien houders van aandelen aan toonder voor 1 januari 2021 hun fysieke toonder stukken niet hebben ingeleverd bij de N.V. verliezen ze hun aandelen. De N.V. verkrijgt dan deze aandelen van rechtswege en om niet;

  • De aandeelhouders die hun aandelen hierdoor hebben verloren kunnen zich tot uiterlijk  31 december 2025 melden bij de N.V. Zij krijgen dan alsnog een vervangend aandeel op naam;

  • Na 1 januari 2026 verliest de aandeelhouder blijvend zijn eigendom en heeft hij niet langer recht op vervangende aandelen.

 

Heeft u tot heden nog niets geregeld dan is het zaak om het nu wel te doen!

Voor meer informatie kun u contact opnemen met Yusuf Bagci.

 


Gedeelte van verdieping is een zelfstandige onroerende zaak

Indien een onroerende zaak wordt geleverd vóór de eerste ingebruikname, is omzetbelasting verschuldigd en geen overdrachtsbelasting. Voor een kopende ondernemer is dit meestal gewenst. Hoe zit het nu indien delen van het gebouw al wel in gebruik zijn genomen? Is er dan geen vrijstelling voor de overdrachtsbelasting, of is er alleen geen overdrachtsbelasting verschuldigd over de verdieping die in het geheel niet in gebruik genomen is? Of mag dit per ruimte worden bekeken?

 

X heeft een kantoorgebouw verkregen met meerdere verdiepingen, waarvan enkele gedeeltelijk in gebruik genomen zijn. De inspecteur is van mening dat ter zake van de verdiepingen waarvan delen reeds in gebruik genomen zijn, geen vrijstelling voor de overdrachtsbelasting geldt. De Hoge Raad overwoog het volgende: "Bij de vaststelling of een gedeelte van een onroerende zaak zelfstandig als onroerende zaak kan worden aangemerkt, heeft als uitgangspunt te gelden dat niet met elkaar verbonden dan wel, indien verbonden, juridisch of fysiek te onderscheiden onroerende zaken afzonderlijk in aanmerking moeten worden genomen wanneer zij afzonderlijk (kunnen) worden gebruikt […].”

 

X bracht na de verkrijging wanden aan tussen de op dezelfde verdieping gelegen gedeelten van het gebouw. Elk (verhuurd) gedeelte beschikt over sanitair en een pantry en bovendien over een eigen meter en een eigen toegang. Kunnen deze gedeelten voor de omzetbelasting zelfstandig als een onroerende zaak worden aangemerkt met als gevolg dat de vrijstelling van overdrachtsbelasting van toepassing is? Het hof oordeelt, na verwijzing door de Hoge Raad, bevestigend. De apart verhuurde gedeelten zijn niet met elkaar verbonden. Het enkele feit dat zij zich op dezelfde vloer bevinden maakt deze conclusie niet anders. Als moet worden aangenomen dat de gedeelten met elkaar verbonden zijn doordat ze op dezelfde vloer bevinden, dan zijn zij in ieder geval fysiek te onderscheiden.

 

De conclusie over afzonderlijke bruikbaarheid geldt ook voor het gedeelte dat ten tijde van de verkrijging nog niet in gebruik was genomen. Er was een eigen meter, eigen toegang, eigen vluchtroute, de technische voorzieningen waren aangelegd en er waren aansluitingen voor sanitair en een pantry.

 

Voor meer informatie over de samenloop van overdrachtsbelasting en omzetbelasting kunt u contact opnemen met Marlette Evenhuis.

 


Erfenis en kind in de bijstand

Wanneer uw kind dat in de bijstand zit uw erfenis verkrijgt, kan dit gevolgen hebben voor zijn bijstandsuitkering. Ook wanneer uw kind nog niks van uw erfenis ontvangt maar slechts een vorderingsrecht verkrijgt, kan dit gevolgen hebben voor zijn bijstandsuitkering. Hoe zit dit nu precies?  

 

Iemand heeft recht op een bijstandsuitkering wanneer deze een inkomen heeft dat lager is dan de bijstandsnorm en er geen in aanmerking te nemen vermogen is. Wat het vermogen betreft, wordt alleen vermogen in aanmerking genomen waarover (redelijkerwijs) beschikt kan worden. Bij het vaststellen van het recht op bijstand wordt ook rekening gehouden met een vermogensgrens. Het vermogen tot aan deze grens wordt niet in aanmerking genomen. Wanneer het vermogen hoger is dan het vrijgestelde vermogen heeft de aanvrager geen recht op een bijstandsuitkering.

 

De bijstand wordt pas stopgezet als de bijstandsgerechtigde feitelijk over de erfenis kan beschikken. Zolang de bijstandsgerechtigde wel recht heeft op de erfenis (datum overlijden) maar deze nog niet heeft ontvangen, wordt de uitkering nog niet stopgezet. Wel ontstaat er over de periode tussen het ontstaan van het recht op de erfenis en het moment van het daadwerkelijk ontvangen van de erfenis een plicht tot teruggave van de (te veel) ontvangen uitkering.

Recent werd in twee uitspraken het bovenstaande bevestigd. In de ene casus verkreeg een bijstandsgerechtigde een legaat van een geldbedrag van zijn oma. Tussen het overlijden van zijn oma en het ontvangen van het geldbedrag zat anderhalf jaar. De gemeente heeft met terugwerkende kracht tot de overlijdensdatum van zijn oma, de bijstandsuitkering teruggevorderd. De gemeente werd in deze casus in het gelijk gesteld.

 

In de andere casus verkreeg een bijstandsgerechtigde een legaat van een geldbedrag van zijn moeder, over dit legaat was een bewind ingesteld. In het testament van zijn moeder staat dat de bewindvoerder bevoegd is om het bewind te beëindigen voor de betaling van een aantal specifiek genoemde kosten. De gemeente heeft aan de bijstandsgerechtigde een bijstandsuitkering toegekend onder de voorwaarde dat de bijstandsgerechtigde de bewindvoerder verzoekt over te gaan tot uitbetaling van een toelage voor de kosten voor zijn levensonderhoud. Verder heeft de gemeente de voorwaarde gesteld dat indien de bewindvoerder weigert tot uitbetaling over te gaan, de bijstandsgerechtigde een procedure tegen de bewindvoerder moet starten. Ook in deze casus werd de gemeente in het gelijk gesteld.

 

Voor meer informatie over de gevolgen van het ontvangen van een erfenis door uw kind voor zijn bijstandsuitkering, kunt u contact opnemen met Annemarie Schram.

 


Aangaan van een gemeenschap van bankrekening geen schenking

Via de algehele gemeenschap van goederen is het mogelijk om vermogen van de ene echtgenoot over te laten gaan, zonder dat er sprake is van een belaste schenking. De belastingdienst stelt dat het aangaan van een beperkte gemeenschap van goederen in veel gevallen een schenking inhoudt. Bijvoorbeeld wanneer de woning die eigendom is van de ene echtgenoot, in de gemeenschap van de echtelijke woning valt. De belastingdienst viste onlangs achter het net toen er een gemeenschap van enkel een bankrekening werd gecreëerd. De rechter was van mening dat er geen sprake was van een schenking.

 

Wat is precies een schenking? Een schenking is een overeenkomst zonder tegenprestatie, waarbij de schenker de bedoeling heeft om de verkrijger te bevoordelen. De schenking gaat ten koste van het vermogen van de schenker en levert bij de verkrijger een verrijking op. Voor een schenking is dus vereist dat vermogen van de ene partij naar de andere over is gegaan, in juridische termen: dat er sprake is van een voltooide vermogensverschuiving.

 

Een recente uitspraak van het hof ging over echtgenoten die voorafgaand aan het huwelijk, huwelijksvoorwaarden maakten. Die huwelijksvoorwaarden gingen uit van een gemeenschap van een specifiek genoemde bankrekening. Na het ondertekenen van de huwelijksvoorwaarden maar vóór het aangaan van het huwelijk heeft de man een bedrag van 10 miljoen euro gestort op de betreffende bankrekening. De belastinginspecteur is van mening dat er sprake is van een schenking van 5 miljoen euro van de man aan zijn echtgenote. De inspecteur stelt zich op het standpunt dat zich ten tijde van het aangaan van het huwelijk door de inwerkingtreding van de huwelijksvoorwaarden een voltooide vermogensverschuiving heeft voorgedaan. Het hof deelt de mening van de inspecteur niet; door het storten van het geldbedrag op de bankrekening ontstaat civielrechtelijk een vorderingsrecht op de bank. Dit vorderingsrecht is tot de beperkte gemeenschap gaan behoren, het vorderingsrecht kan in hoogte fluctueren, dus is er geen sprake van een voltooide vermogensverschuiving. De conclusie van het hof is dus dat er in deze casus geen sprake is van een schenking.

 

Voor meer informatie over het opstellen van huwelijksvoorwaarden, kunt u contact opnemen met Annemarie Schram.

 


 

« Terug naar het overzicht