In verband met het coronavirus zal er voorlopig geen inloopspreekuur op donderdag plaatsvinden.

 

 

Nieuwsbrief

Nieuwsbrief augustus 2019

 

Informatie en AVG

Voor u is het wellicht de eerste keer dat wij u op deze wijze een bericht zenden. De meeste van onze cliënten kregen in het verleden al berichten als deze van ons. Door een beperking in ons nieuwe automatiseringssysteem is het echter een lange tijd niet gelukt om dit soort berichten te versturen. Dat vinden wij jammer omdat wij het als onze taak zien, en zo is dat ook in onze privacyverklaring opgenomen, "om u op de hoogte te houden van juridische of fiscale actualiteiten op notarieel gebied welke voor u van belang zouden kunnen zijn".

 

Bij de werkzaamheden welke wij voor u hebben verricht, hebben wij onze uiterste zorg betracht en hebben we getracht met verschillende scenario's rekening te houden. Helaas is het onmogelijk om rekening te houden met alle mogelijke ontwikkelingen op het gebied van wetgeving en jurisprudentie. Wij menen daarom dat u gebaat bent bij onze informatie, welke wij eens per maand trachten te verzenden.

Ook al brengen wij u op de hoogte van ontwikkelingen waarvan wij menen dat deze van belang zijn voor onze cliënten, adviseren wij u om de door ons opgemaakte stukken ten minste een keer per vijf jaar te laten toetsen en eventueel eerder bij belangrijke wijzigingen in uw persoonlijke of financiële omstandigheden.

 

Mocht u ondanks het vorenstaande geen behoefte hebben aan deze aan u te verstrekken informatie, dan kunt u zich uiteraard afmelden. Helaas kunnen wij u dan verder niet op de hoogte houden, waardoor u het risico loopt dat de door ons opgemaakte stukken en gegeven adviezen niet meer actueel zijn.

 


Vergoedingen tussen echtgenoten

Echtgenoten moeten volgens de wet in principe naar rato van hun inkomen bijdragen aan de kosten van de huishouding. Indien dat inkomen niet voldoende is, moeten ze dat naar rato van hun vermogen doen. Als je in de oude algehele gemeenschap van goederen bent gehuwd of eigenlijk toch alles gemeenschappelijk is, is dat allemaal niet zo relevant. Maar wat als één van de echtgenoten zijn geërfde vermogen gebruikt om de kosten van de huishouding te betalen? Dan ligt dat vaak anders.

 

Recent zijn er twee rechters die zich hierover hebben uitgelaten, met een heel verschillende uitkomst. Het ging in beide gevallen om een echtpaar, waarvan er één een erfenis/schenking had verkregen waarbij de overledene/schenker had bepaald dat het verkregen vermogen niet in de gemeenschap van goederen zou vallen. Bij beide echtparen waren de kosten van de huishouding op zeker moment hoger dan het inkomen. Vervolgens is een deel van het geërfde/geschonken vermogen gebruikt om de kosten van de huishouding te betalen.

In het ene geval was het echter zo dat de erfenis/schenking op een gezamenlijke rekening was overgemaakt. In het andere geval was het geld op een rekening van de echtgenoot die de erfenis/schenking had ontvangen overgemaakt.

 

De rechter (dit was overigens de Hoge Raad) oordeelt vervolgens dat doordat het geld op een gezamenlijke rekening was ontvangen, de ene echtgenoot reeds een vergoedingsrecht had. Vervolgens geldt volgens de rechter dat dit vergoedingsrecht blijft bestaan.

In het andere geval waarbij het geld niet op een gezamenlijke rekening was gestort oordeelt de rechter (rechtbank) dat de echtgenoot uit eigen vermogen diende bij te dragen aan de kosten van de huishouding. De wet geeft immers aan dat indien inkomen ontoereikend is, er eerst uit gezamenlijk vermogen en vervolgens uit privé-vermogen moet worden bijgedragen

 

Het is in deze wel de vraag of de Hoge Raad anders had geoordeeld indien in de procedure was aangevoerd dat het vergoedingsrecht tot het vermogen van de ene echtgenoot behoorde en deze om die reden uit eigen vermogen aan de kosten van de huishouding diende bij te dragen.

 

Voor meer informatie over vergoedingsvorderingen en de rechten en plichten van echtgenoten, kunt u contact opnemen met Lizzy Smal-Velthoven of Peter Kooijman.

 


Bouwterrein blijft bouwterrein voor de omzetbelasting

'Eens een ondernemer altijd een ondernemer', hoor je wel eens zeggen. De rechter lijkt dat ook voor de omzetbelasting te vinden. In dezelfde uitspraak zegt de rechter ook dat een bouwterrein voor de omzetbelasting, ook nadat er 10 jaar niets gebouwd is en het overwoekerd is met struikgewas, nog steeds een bouwterrein is.

 

Het ging in deze zaak om de levering van een perceel onbebouwde grond door iemand die al 21 maanden niet meer als ondernemer was geregistreerd bij de belastingdienst. Dit perceel grond was ruim 10 jaar daarvoor door die persoon als bouwterrein verworven met als doel daarop een kantoorpand te realiseren.

De rechter bepaalde dat de desbetreffende persoon ten aanzien van het perceel grond voor de omzetbelasting nog steeds als ondernemer aangemerkt diende te worden. Vervolgens bepaalde de rechter dat het perceel niet zijn kwalificatie als bouwterrein was verloren. De rechter hechtte daarbij ook waarde aan het feit dat de aanwezige bomen inmiddels (weer) waren verwijderd.

 

Voor de koper was dat prettig, want dat betekende dat hij het met voor hem aftrekbare BTW geleverd kreeg en de levering was vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Indien koper een particulier was geweest, had hij uiteraard liever vrij van BTW geleverd gekregen en liever overdrachtsbelasting betaald. Overigens zou dat dan 6% zijn geweest.

 

Wilt u meer weten over de fiscaliteit rondom de levering van vastgoed, neemt u dan contact op met Peter Kooijman.

 


Onrechtmatige doorstart

Je leest met regelmaat in de krant over doorstarten van ondernemingen. Vaak gaat dat over een doorstart vanuit een faillissement. Maar ook voorafgaand aan een faillissement is het mogelijk om de activiteiten van een B.V. te staken en dezelfde activiteiten voor rekening van een andere B.V. te gaan uitoefenen. Een schuldeiser die daar de dupe van wordt, heeft onder omstandigheden een stok om mee te slaan.

 

De rechter oordeelde onlangs over een situatie waarin een Holding -een BV waarvan zij enig aandeelhouder was-, ontbond en de activiteiten van die ontbonden BV voortzette in een nieuwe BV. Tijdens de procedure kwam vast te staan dat feitelijk de enige reden om dat te doen, was gelegen in de wens een bepaalde schuldeiser niet te betalen. Deze schuldeiser stelde vervolgens zowel de directeur en enig aandeelhouder van de Holding en de nieuwe BV aansprakelijk.

 

De rechter oordeelde dat X en de Holding als (indirecte) bestuurders aansprakelijk zijn omdat zij wisten dan wel hadden moeten weten dat deze schuldeiser benadeeld werd. De nieuwe BV was aansprakelijk omdat er sprake is van misbruik van identiteitsverschil en de handelingen van de aandeelhouder/bestuurder in deze moeten worden toegerekend aan de nieuwe BV.

 

De uitspraak toont aan dat je je niet zomaar kunt verschuilen achter de muren van een rechtspersoon. Als bestuurder moet je je netjes blijven gedragen en zelfs als aandeelhouder mag je niet enkel aan jezelf denken.

 

Wil je meer informatie over de rechten en plichten van bestuurders of het oprichten van een BV, neem dan contact op met Peter Kooijman.

 


 

« Terug naar het overzicht